Lichaamstaal vertelt je vaak meer over de ander dan de woorden:
1. Een snelle, hoog in de borst ademhaling verraadt zenuwachtigheid.
2. Vaak knipperen verraadt onrust.
3. Hoe vochtiger de ogen hoe vermoeider of gespannen is je toehoorder.
4. Veel oogcontact betekent zelfvertrouwen en/of interesse.
5. Weinig oogcontact betekent desinteresse en/of verlegenheid.
6. Let goed op de gelaatsuitdrukking van de ander.
7. Bekijk in het begin de grote van de andermans pupillen: als ze gaandeweg groter worden betekent dit interesse.
8. Drukke handbewegingen zijn kenmerkend voor de zenuwen of voor het temperament.
9. Iemand die zijn schouders onbewust lichtelijk ophaalt staat op het punt om je voorstel af te wijzen.
10. Praat regelmatig en vlot met dalende toonhoogte: het komt zelfverzekerd over.
11. Stijgende toonhoogte, voorzichtig en stotterend praten verraadt onzekerheid.
12. Frons je wenkbrauwen altijd omhoog!
13. Je mondhoeken wijzen altijd omhoog!
14. Je benen trillen niet onder de tafel.
15. Praat met een aangename snelheid: niet te snel en niet te traag.
16. Gesticuleer relaxed en doelbewust.
17. Houd de stemmingsveranderingen van je gesprekpartner goed in de gaten.
18. Het schrappen van de keel kan zenuwachtigheid betekenen.
19. Slikbewegingen betekenen spanning.
20. Respecteer persoonlijke ruimte van de ander.
21. Kijk niet te veel in de papieren: kijk naar de ander!
22. Laat de ander in het begin vaak aan het woord!
23. Wees voorzichtig met het te snel oordelen.
24. Vergeet niet je eigen lichaamstaal!
25. Door zeer geleidelijk steeds dichterbij te komen creëer je intimiteit!
26. Door ongepast dichtbij de ander te komen kan je mensen intimideren, initiatief nemen, en superioriteit aangeven!
27. Hoe meer iemand beweegt en aan zichzelf zit des te zenuwachtiger die is.
28. Langzaam bewegen straalt kracht en rust uit.
29. Langzaam ja knikken is meer dan de instemming, het is goedkeuring! Dus, jij plaats jezelf een treetje hoger.
30. Je handen moeten niet hun eigen leven leiden!
31. Als je het onderarm of de schouder van mensen vluchtig en snel aanraakt zullen ze het interpreteren alsof je ze mag.
32. Zorg voor veel gezichtsexpressie als je praat.
33. Wenkbrauwen altijd optrekken nooit samenpersen!
34. Om succes te hebben moet je succes uitstralen!
35. Ben zeker van wat ik zeg: snel antwoorden, dalende intonatie, neutrale gezichtsuitdrukking, weinig beweging.
36. Ben onzeker van wat ik zeg: meer bewegen, onzeker lachen, fronsen, wenkbrauwen omhoog, stijgende intonatie.
37. Voel mij onbegrepen: duidelijker articuleren, meer bewegen, lachen uit ongeloof, wenkbrauwen naar beneden van boosheid.
38. Op het moment van het uitspreken van een woord die je belangrijk vindt: meer mondbeweging, duidelijker articulatie, soms de wenkbrauwen omhoog.
Verkopen
39. Kom snel achter de motieven van de koper.
40. Maak een sport van het scoren.
41. Zorg dat het plezierig is voor de koper.
42. Zie overal kansen maar schat goed in wat een nuttige tijdsbesteding is en wat niet.
43. Een afwijzing biedt kansen: je kan beter begrijpen wat de klant wilt.
44. Het horen van ‘nee’ is goed als je er wat mee doet!
45. Wees vastbesloten bij de afsluiting.
46. Zie het verkopen als iets waardoor niet jij beter moet worden maar je klant!
47. Verkoper moet kunnen omgaan met eigen emoties en eigen angsten….
48. Wees trots op wat je doet: als Casanova onze tijdgenoot was zou hij een verkoper zijn!
49. Je moet minder bezig zijn met je product en meer met de gemoedtoestand van je klant.
50. Houd dit de hele tijd in je hoofd: door dingen te verkopen maak je mensen blij!
51. Kopen en verkopen kan je vergelijken met een beeld en haar spiegelbeeld. Bekijk je regelmatig in de spiegel.
52. Presenteer je product als iets dat bij het zelfbeeld van je klant past.
53. Je moet je klant mogen, of het nou waar is of niet!
54. Velen durven te kopen, weinigen te verkopen: onthoud dat je een held bent!
55. Wees fier op je verkoopberoep en voel je nooit een mindere partij!
56. Het kopen van jouw product moet aan de klant gevoel geven dat hij cool is!
57. Haast je niet om te verkopen, zorg dat de klant je graag weer wil zien.
58. Vergeet nooit het zin te geven aan wat je doet. Presenteren doe je goed als je de zintuigen en verbeelding van de anderen weet aan te spreken.

