Zakelijk flirten per discipline

Presenteren

1. Presenteren doe je goed als je zowel de zintuigen als de verbeelding van de anderen weet aan te spreken.

2. In je stem mag alleen die emotie doorklinken die je zelf wilt oproepen.

3. Durf mensen te boeien, alleen dan vallen je kennis en inzicht op.

4. Wees trots op jezelf tijdens je presentatie en wees blij dat iedereen naar je zal luisteren.

Verkoopflirt

5. Verkopen is niet graag willen verkopen maar de ander zo ver krijgen dat hij graag wil kopen.

6. Voordat je je waar verkoopt moet je jezelf weten te verkopen.

7. Hoe meer karakter je toont in het begin van de onderhandeling, des te blijer zal de klant zijn na je concessie en des te kleiner zal je concessie hoeven te zijn.

8. Zorg dat je klant een beter gevoel van zichzelf krijgt door het kopen van je product.

9. Wees niet te vroeg bezig met het verkopen, zorg dat de klant je graag wil terugzien.

10. Je lichaamstaal hoort zelfverzekerde ontspanning uit te stralen en niet een gespannen verwachting.

11. Presenteer je goederen als een belevenis.

12. Maak de klant subtiel wijs dat het kopen van jou waar gelijk staat aan ‘het erbij horen’.

13. Het kopen van jouw product moet aan de klant het gevoel geven dat hij cool is!

14. Presenteer je product als iets dat bij het zelfbeeld van je klant past.

15. Je moet je klant mogen, of het nou waar is of niet!

16. Kom snel achter de motieven van de klant, daarna kan je zijn ‘gedachten lezen’.

17. Maak van het scoren jouw spelletje en leer te lachen bij zowel winst als verlies.

18. Toon oprechte belangstelling voor de persoon van de koper en voor zijn aankoopsituatie.

19. Leef mee met de klant en niet met jezelf!

20. Geef het gevoel aan de klant dat je hard voor hem werkt.

21. Geef het gevoel aan de klant dat je aan zijn zijde staat.

22. Geef het gevoel aan de klant dat je hem zult beschermen tegen het begaan van een grove fout omdat je een goed mens bent en omdat je hem mag. (ik weet dat het dom klinkt, maar het werkt)

23. Als je merkt dat de klant echt geïnteresseerd is geraakt, ga je door met je verhaal, praat hem rustig de kooproes in zoals je een kind in slaap zou praten.

24. Elke klant bereikt het punt waarop hij heel graag wil kopen, hebben, bezitten: zijn ogen worden glazig, zijn gezicht ongepast serieus, en zijn denkvermogen vertroebelt. Dat is het moment om over de extra’s te beginnen.

25. Hoe meer structureel je met de klant bezig bent des te oprechter moet je zijn, aan een eendagsvlieg mag je dingen verkopen, met een vaste klant bouw je een relatie op, zowel persoonlijk als zakelijk.

26. Verkopen is van een onwetend iemand een geïnteresseerd iemand maken; van een geïnteresseerd iemand een koper maken; en van een eenmalige koper een vaste klant maken.

27. Zorg dat het plezierig is voor de klant.

28. Je moet minder bezig zijn met het product en meer met je klant.

29. Een intimiderende en provocerende koper bedoelt het niet zo. Hij valt voor kalmte, onverstoorbaarheid en competentie. Laat zien wat je kunt.

30. Een onderdanige klant wil door jou geleidt worden.

31. Een dominante klant wil jouw ondergeschiktheid voelen.

32. Een sterke klant wil jouw sterkte voelen.

33. Een opgewekte klant wil jou opgewekt zien.

34. Wees ietsje extroverter dan een introverte klant.

35. Weet dat de koper koopt om bepaalde behoeftes te bevredigen zoals: voldaan zijn, blij zijn, zich gelukkig voelen, vervuld worden, erbij horen, zich willen onderscheiden, bewijzen dat hij slim is, vluchten in het kopen…

36. Je moet duidelijk kunnen uitleggen waarom jouw product beter is.

37. Help je klant inzien wat hij echt nodig heeft.

38. Aan een vaste klant verkoop je wat het beste is voor hem, aan een eendagsvlieg verkoop je wat het beste is voor jou.

39. Zie overal kansen maar schat goed in wat een nuttige tijdsbesteding is, en wat niet.

40. Wees kalm en vastbesloten bij de afsluiting.

41. Toon vreugde, geen triomf, bij het sluiten van de deal.

42. Feliciteer de koper met zijn aankoop.

43. Weet wat je wilt: een vaste klant of gaat het om een eenmalige verkoop? In het eerste geval moet het lange termijnbelang van je klant je belangrijkste zaak zijn.

44. Zie het verkopen als iets waardoor niet jij beter moet worden maar je klant!

45. Creëer gevaar, ontpop je als een redder, en verkoop de oplossing.

46. Creëer behoefte en vervul die met je product.

47. Weet dat in onze hersenen het gebied voor het ‘kopen’ een buurman is van het gebied voor ‘seks’. Durf beschaafd sexy te zijn!

48. Houd dit de hele tijd in je hoofd: door dingen te verkopen maak je mensen blij!

49. Kopen is het spiegelbeeld van verkopen. Houd jezelf vaak een spiegel voor, wees ook koper!

50. Mensen kopen omdat ze zwak zijn, verkopers verkopen omdat ze sterk zijn.

Gedachtelezen via lichaamstaal

51. Kijk goed wat de kleding en de haardracht van de ander vertellen over die persoon.

52. De emoties en angsten van de ander zijn je belangrijkste wegwijzers.

53. Sommige mensen willen op een bepaalde manier gezien worden, kom er razendsnel achter hoe ze gezien willen worden en bevestig ze daarin.

54. Het begin van een gesprek is het moment om naar de lichaamstaal van de ander te kijken om te zien hoe hij normaal doet, zodat je later in het gesprek de veranderingen in de lichaamstaal gemakkelijker kunt interpreteren.

55. Begin met het praten over banaliteiten: wat een snelle lift!; zo, jullie gebruiken Canonapparaten, oh een interieur in Amerikaanse stijl, super modern gebouw hè; en dergelijke…; en let op de algehele manier van doen van de ander: lichaamstaal, stemming, woordkeuze en energieniveau.

56. Vraag altijd door bij een introductieronde: mensen voelen zich prettig als ze iets meer over zichzelf kunnen vertellen, en jij kan ze observeren.

57. Stel subtiel een vraag waarbij de ander zijn mening en/of zijn gevoelens een beetje bloot moet geven. Oordeel vervolgens niet maar kom er achter wat het zegt over de ander.

58. Let op de emoties in de stem van je gesprekspartner.

59. Een maatpak kan op ijdelheid of onzekerheid wijzen.

60. Een woest kapsel kan een overmatige drang naar aandacht verraden.

61. Een zeer net kapsel betekent mogelijk een bovengemiddelde hang naar ordentelijkheid en acceptatie.

62. Kijk hoe de ander praat en luister naar zijn woordgebruik, ontwikkel oog en oor voor de details.

63. Niets in je houding moet je observerende inspanningen verraden. Jij bent de onbevangenheid zelve.

64. Praat iemand bekakt, de kans is bovengemiddeld groot dat zo iemand een rechts wereldbeeld heeft.

65. Is iemand van buitenlandse komaf, dan kan een grapje over Nederlanders een band scheppen, tenzij het iemand is die meer Nederlands wil zijn dan de Nederlanders zelf.

66. Een snelle, hoog-in-de-borst-ademhaling verraadt zenuwachtigheid.

67. Vaak met de ogen knipperen verraadt onrust.

68. Hoe vochtiger de ogen hoe vermoeider of meer gespannen is je toehoorder.

69. Veel oogcontact betekent zelfvertrouwen en/of interesse.

70. Weinig oogcontact betekent desinteresse, en/of verlegenheid.

71. Het vermijden van oogcontact duidt op boosheid of schuchterheid.

72. Frequent naar beneden kijken getuigt van onderdanigheid en/of verlegenheid.

73. Een oogopslag naar boven bij het wegkijken kan arrogantie en/of verveling betekenen.

74. Let goed op de gelaatsuitdrukking van de ander als je iets aan het vertellen bent, om je betoog zonodig aan te kunnen passen aan de emotie van de ander.

75. Kijk in het begin naar de grootte van andermans pupillen: als ze gaandeweg groter worden (zonder dat het licht doffer is geworden) betekent dit grote interesse voor wat je aan het vertellen bent.

76. Drukke handbewegingen zijn kenmerkend voor de zenuwen en/of voor het temperament.

77. De ander is zeker van zijn zaak als hij snel antwoordt met een dalende intonatie, en bij een neutrale gezichtsuitdrukking met weinig lichaamsbeweging.

78. De ander is onzeker van zijn zaak als hij veel beweegt, onzeker lacht, zijn wenkbrauwen omhoog fronst, en met een stijgende intonatie praat.

79. Iemand voelt zich onbegrepen als hij duidelijker probeert te articuleren, meer gaat bewegen, lacht uit ongeloof, zijn wenkbrauwen naar beneden fronst uit frustratie.

80. Op het moment van het uitspreken van een woord dat je belangrijk vindt zorg je voor meer mondbeweging, duidelijker articulatie, en beweeg je ook je wenkbrauwen omhoog.

81. Kijk naar de houding van de ander: is hij ontspannen of gespannen, onderdanig of dominant, open of gesloten, slap of energiek?

82. Vergeet niet je eigen lichaamstaal! Oefen je stem in standvastigheid want stemveranderingen kunnen de negatieve emotionaliteit verraden.

83. Iemand die zijn schouders onbewust lichtelijk ophaalt, verontschuldigt zich alvast onbewust dat hij je zal weigeren: haal alles uit de kast!

84. Stijgende toonhoogte, voorzichtig en stotterend praten verraadt onzekerheid.

85. Kijk niet te veel in de papieren: kijk naar de ander!

86. Als iemand je iets wil laten zien, kan je ook zeggen: straks kijk ik wel, kun je me nu even het belangrijkste vertellen!

87. Laat de ander in het begin vaak aan het woord en observeer!

88. Hoe meer iemand beweegt en aan zichzelf zit des te zenuwachtiger hij is.

89. Wees voorzichtig met het te snel oordelen.

Verbaal complimenteren

90. Bijna alle mensen willen graag als moreel hoogstaand gezien worden, bevestig ze daarin.

91. Iemand die altijd snel ter zake wil komen kan onzeker zijn over zijn eigen contactuele eigenschappen, daarover moet je compliment gaan.

92. Complementeer in het begin zeer subtiel in de vorm van bevestiging of waardering en niet in de vorm van aanprijzen of bewonderen. Bijvoorbeeld: zo zou ik het ook aanpakken; en niet: dat heb je fantastisch gedaan.

Non-verbaal complimenteren

93. Licht je kin en je wenkbrauwen optrekken bij het luisteren doe je op het moment dat je voelt dat de ander iets aan het vertellen is dat voor hem super belangrijk is.

94. Non verbaal complimenteren is veel sterker dan verbaal complimenteren: het je zogenaamd laten ontfutselen van een subtiele blik van ‘onder de indruk zijn’ komt veel krachtiger over dan het uitspreken ervan.

95. Langzaam ja knikken is meer dan instemming, het is een compliment en een goedkeuring! Dus jij plaatst jezelf een treetje hoger en je geeft de ander een goed gevoel.

Geven van goed gevoel

96. Stugge mensen moet je in hun waarde laten en nooit een opening forceren, er zal vanzelf een opening ontstaan als je genoeg respect en geduld toont.

97. Lelijke en introverte mensen zullen je bijzonder dankbaar zijn voor elk onsje charme en aandacht.

Indruk maken

98. Onderscheid je, wanneer gepast en met mate, door humor en stoutmoedigheid. Het getuigt van zelfverzekerdheid.

99. Toon altijd zichtbaar dat je respect en begrip hebt voor de standpunten van de ander.

100. Lach mee om andermans grappen. Als ze slecht zijn lach dan dubbel zo hard.

101. Aanraken schept een band mits ‘spontaan’, vluchtig en zacht.

102. Pretoogjes zijn permanente sieraden van je gezicht.

103. Praat regelmatig, aangenaam luid en vlot met een dalende toonhoogte: het komt zelfverzekerd over.

Zakelijk gesprek:

104. Wees kort van stof! Iets goeds is dubbel zo goed als het bondig verteld is!
105. Vertellen doe je niet voor jezelf, maar voor je publiek: leef je in eer je begint!

Lichaamstaal

106. De lichaamstaal vertelt wat we van onszelf en van de ander vinden: straal uit dat je van jezelf houdt en dat je de ander leuk vindt.

107. Houd je handpalmen altijd zichtbaar, het komt eerlijk en oprecht over.

108. Frons je wenkbrauwen altijd omhoog!

109. Je mondhoeken wijzen altijd omhoog!

110. Je benen trillen niet onder de tafel.

111. Praat met een aangename snelheid: niet te snel en niet te traag.

112. Gebruik de kracht van de spreekpauzes om de spanning op te bouwen.

113. Gesticuleer relaxed en doelbewust.

114. Houd stemmingsveranderingen van je gesprekpartner goed in de gaten.

115. Het schrapen van de keel kan zenuwachtigheid betekenen.

116. Slikbewegingen betekenen spanning.

117. Respecteer de persoonlijke ruimte van de ander.

118. Door zeer geleidelijk steeds dichterbij te komen creëer je intimiteit!

119. Door ongepast dichtbij de ander te komen kan je mensen intimideren, initiatief nemen, en superioriteit aangeven op een onaangename manier.

120. Langzaam bewegen straalt kracht en rust uit.

121. Je handen moeten niet een eigen leven leiden!

122. Als je de onderarm of schouder van mensen terloops vluchtig en snel aanraakt zullen ze zich gevleid voelen.

123. Zorg voor veel gezichtsexpressie als je praat, maar overdrijf uiteraard niet.

Mentaliteit

124. Om succes te hebben moet je succes uitstralen!

125. Een echte meester geniet ook van de afwijzing door middel van zelfspot en humor.

126. Een afwijzing biedt kansen: je begrijpt beter wat de klant wil.

127. Het horen van ‘nee’ is goed als je er scherper en gemotiveerder door wordt.

128. Wees trots op wat je doet: als Casanova onze tijdgenoot was, zou hij verkoper zijn!

129. Elke keer dat je faalt word je des te trotser op je doorzettin – en incasseringvermogen.

130. Wees fier op je handelen en voel je nooit een mindere partij!

Arbeidssfeer

131. Je doet je werk pas goed als je geliefd bent onder je collegae en je klanten.

132. Weet wat er speelt op je afdeling, in je bedrijf, in de samenleving.

133. Zoek uit wat je collegae en je klanten echt blij zou maken?

134. Toon respect voor je baas: raak hem niet gauw aan.

135. Een baas die zijn mensen vluchtig en zacht aanraakt op de schouder of op de onderarm geeft een gevoel van sympathie.

136. Leef je eens in in de collegae die jij irritant vindt. Accepteer je collega zoals hij is en geniet van zijn positieve eigenschappen.

Algemeen

137. Sop je ziel en hart als een spons in de schoonheid van het bestaan: dans, sport, zing, lees, kijk naar kunstwerken…! Daardoor zal je anders ademen, kijken, luisteren, bewegen, voelen, contact leggen, communiceren, zijn!

138. Vergeet nooit plezier te beleven, ook tijdens de meest benauwende vergadering of de spannendste deal.

139. De schoonheid van het bestaan brengt een flirter in vervoering maar het geeft hem ook kracht op moeilijke momenten.

140. In je vrije tijd wissel je de ‘verstand-op-nul-rustmomenten’ af met geestelijke inspanningen, het zal je meer werk- en levensenergie geven.

141. Mits met mate en met plezier is fysieke activiteit goed voor meer dan alleen de spieren.

142. Lees interessante boeken niet om ze helemaal uit te lezen, maar om inspiratie op te doen.

143. Laad jezelf regelmatig mentaal op: wees er trots op dat je bent waar je bent, dat je bent wie je bent, en dat je doet wat je doet!

144. Vraag jezelf geregeld af: wie ben ik? Wat wil ik? Wat voel ik? Wat maakt me gelukkig? Wat wil ik niet? Wat zal ik doen?

145. Voel je sexy en je zult positieve energie uitstralen.

146. Ontdek welke daden je trots maken en ga er voor.

147. Laad jezelf regelmatig emotioneel op: toon je gevoelens vooral aan je naasten en bespreek je angsten, je hoop, en je verlangens met intimi.

148. Sla alarm als je niet meer geniet van je werk.

149. Sla alarm als je niet wekelijks iets leuks meemaakt op sociaal vlak.

150. Vergeet nooit zin te geven aan wat je doet.

151. Denk altijd vooruit: wie wil je morgen zijn en waar en met wie?

Dames

152. Dames, maak gebruik van jullie vrouwelijke charmes op een subtiele en waardige wijze.

153. Dames, bij je collega’s kan je soms moe zijn, tegenover je klanten kan je beter charmant zijn.

Bestel Ons Boek - Leuk Jezelf Op

VRAAG NU VRIJBLIJVEND UW OFFERTE AAN

Klik op de onderstaande button om uw offerte aan te vragen

OFFERTE AANVRAGEN

Share This